Levende geschiedenis in een huis vol herinneringen

Melanie van der Voort en Gerrit Hoogstraaten in gesprek met Mirta Campos en Lalo Diaz.


Het stormt en regent en Lalo is te laat op onze afspraak bij Mirta thuis. Het verbaast haar niet. Als hij zich verontschuldigt - ik had wind tegen, ik kwam haast niet vooruit - haalt ze haar schouders op. Je bent altijd te laat, zegt ze. Lalo grinnikt erom. Intussen heeft hij het zich behaaglijk gemaakt op de bank in de gezellige huiskamer, een gastheer voor zijn gasten, die zorgt dat er thee en koffie komt. Mirta schudt haar hoofd. Dit is haar casa en natuurlijk heeft zij haar gasten allang van alles voorzien, er staat zelfs een schaal vol koekjes voor ons klaar. Ze heeft ons ook al veel verteld voor Lalo binnenkwam. Maar goed, nu kan het interview dan echt beginnen.
 

'We zijn naar Nederland gekomen als politieke vluchtelingen,' vertelt Lalo. 'Gevlucht voor de militaire junta die met een staatsgreep de macht had overgenomen van Isabella Perón. Ik was vakbondsleider bij de glasfabriek waar ik vanaf mijn vijftiende al werkte, voor de militairen was ik staatsgevaarlijk. Ze konden me elk moment oppakken zoals ze bij zovelen deden, van wie we nooit meer iets hoorden, die in het niets verdwenen. In Nederland kreeg ik direct de Nederlandse Nationaliteit, er was geen twijfel aan mijn verhaal of aan mijn status. Daar doen ze nu wel wat moeilijker over dan toen in 1977, vlak nadat de coup was gepleegd. Je moet die hele geschiedenis maar eens nalezen. Dan begrijp je beter waarom we zijn gevlucht. We waren echt ons leven niet meer zeker in dat land. Videla en zijn foute vriendjes martelden en vermoordden hun tegenstanders. Trouwens niet alleen Videla, ook  Pinochet, de man die in mijn geboorteland Chili een einde had gemaakt aan de regering van Salvador Allende, deed dat. Ik was in Nederland in die jaren actief in allerlei organisaties die zich bezighielden met de schending van de mensenrechten. We luisterden naar de Denunciales, de mensen die aanklaagden, die vragen stelden over de vermisten, de Desaparecidos. Je hebt hier allemaal natuurlijk weleens gehoord van de Madres de Plaza de Mayo, de Dwaze Moeders van het Plein. Ook met hen hadden we vanuit Nederland contact.'

 

De Dwaze Moeders, zeker, een begrip voor het stille protest waar niemand omheen kon. Vanaf het begin van de zogenaamde Vuile Oorlog hebben zij de autoriteiten gevraagd waar hun kinderen waren gebleven. Ze kregen geen antwoord en de initiatiefneemster van de groep werd in 1977 zelf opgepakt, met negen andere vrouwen. Ook zij verdwenen spoorloos. Maar ze gingen door, elke week liepen ze zwijgend hun rondjes over het plein, dertig jaar lang, tot er eindelijk serieus onderzoek op gang kwam naar de misdaden die waren begaan.
 

'Mijn vrienden van de vakbond, evenals ik politieke vluchtelingen, werkten samen met Amnesty International en het Comité voor de Mensenrechten,' vertelt Lalo verder. 'Wij waren een bron van informatie voor hen. Heel belangrijk was in 1979 de oprichting van het comité Steun aan Argentijnse moeders. Liesbeth Den Uyl werd daar de voorzitter van en ze heeft zelfs in Buenos Aires meegelopen over het plein, wat een geweldige vrouw was dat! Het jaar daarvoor hadden we het wereldkampioenschap voetbal gehad, Nederland verloor de finale van het gastland Argentinië, maar dat ze daar waren had al overal tot scherpe protesten geleid waar wij natuurlijk volledig achter stonden. We deden mee aan manifestaties en daar leerde ik onder andere ook Wim Kok kennen, indertijd nog vakbondsleider net als ik was geweest. Dus ja, je kunt wel zeggen dat ik de eerste jaren hier in Nederland vooral politiek actief was.'
 

We drinken onze thee, een beetje sprakeloos van zoveel levende geschiedenis. Wie denkt daar nou aan wanneer je op de dansvloer van de Academia je eerste passen zet? Werd er eigenlijk in het land dat ze waren ontvlucht wel gewoon door gedanst in die jaren? 
 

'O nee, de salons waren gesloten,' vertelt Mirta. 'Samenscholingen van groepen mensen waren immers verboden. Dat kwam pas weer goed nadat de democratie was hersteld, in 1983. Wij waren in '87 even terug in Buenos Aires, eindelijk. En het leuke was, we gingen naar de salon La Galeria del tango en daar hebben we Geraldin ontmoet, die nu samen met Ezequiel bij ons lessen geeft. Zo lang kennen we haar dus al. Ze was een meisje van zeven, acht jaar oud en ze danste, samen met haar ouders, net als ik zelf had gedaan op die leeftijd. Als kind leer je dat helemaal vanzelf, door het maar gewoon te doen. Ik ging altijd mee met mijn ouders, mijn vader was behalve professioneel paardenverzorger ook een echte tangodanser. Hij organiseerde altijd feesten in ons dorp, Tapalqué. Daar trad hij dan zelf ook op en dan ging iedereen dansen. Dat was dus niet in de grote stad maar in de provincie Buenos Aires. We spraken ook niet van Salons of Milonga’s, we gingen naar een Baile, een dansfeest. Dat miste ik enorm toen we hier kwamen. Al moet ik ook zeggen, in die eerste jaren vonden we het wel een beetje terug in de café's rond het Mercatorplein waar we woonden. Dat is nu helaas niet meer zo, maar in die tijd werd er gewoon in die café's gedanst door wie daar zin in had, ook door oudere mensen, vrouwen van zeventig, tachtig, gewoon spontaan. Daar voelde ik me wel bij thuis. Geen tango natuurlijk, maar walsjes, de foxtrot, dat soort dansen. De sfeer was vaak soms net als bij onze Bailes, waar ook niet alleen maar tango werd gedanst. Toen ik Lalo leerde kennen dansten we samen vooral de Rock&Roll!'


'Wat jouw ouders dan weer wel een beetje vreemd vonden,' vult Lalo aan. 'Want die dansten echt uitsluitend de tango. Ik was van huis uit ook andere stijlen gewend, mijn ouders dansten alles, de salsa, de paso doble, de rumba, alles. Ik heb hier in Amsterdam, met jou, pas de tango leren dansen. Dat verhaal moet je vertellen, hoe dat zo kwam.'

Mirta zoekt naar de juiste woorden om recht te doen aan de warmte van vroeger, uit het hart van Latijns Amerika, en nog steeds niet ondergesneeuwd door het Hollandse klimaat.
'In Amsterdam werden we opgenomen in een kring van ook uit Argentinië gevluchte intellectuelen en kunstenaars, veel artiesten,' vertelt ze. 'We moesten integreren in de samenleving maar ik vond toch vooral aansluiting bij die kring. Er was een acteur die een theatergroep formeerde waar ik aan meedeed en we maakten een toneelstuk over de vermiste kinderen.'
'In dat stuk danste je en de mensen vonden dat zo mooi dat ze om meer vroegen,' licht Lalo toe, een beetje ongeduldig.
'De melancholie die ik toen ervoer, in combinatie met de passie op het toneel waar het publiek zo van onder de indruk raakte, ik geloof dat die ervaring voor mij belangrijker was dan waar de voostelling over ging. Ik ben ook niet, zoals Lalo, altijd maar met die politiek bezig gebleven.' Mirta lijkt ineens een beetje in zichzelf gekeerd. ‘Het was een droom die werkelijkheid werd,’ vervolgt ze. ‘Ik wilde altijd al danseres worden en nu was ik dat. Maar toen ze me vroegen of ik daar geen les in kon geven wist ik helemaal niet wat ik moest doen. Ik had opgetreden, met Gustavo Arias, we hadden een choreografie gemaakt maar ik had helemaal geen idee hoe ik dat op anderen over zou moeten brengen, helemaal geen systeem van lesgeven. Er was in die tijd een andere, internationaal beroemde groep in Carré, met een programma dat A Todo Tango heette. Wij gingen na afloop van de voorstelling praten met een van de dansers daarvan, Raul Bravo. Die wilde me wel helpen, dus liet ik hem zien wat ik kon, maar daar was hij niet van onder de indruk. Hij wilde me eerst niet als leerling.'
'Je moet het goed vertellen,' onderbreekt Lalo het verhaal. Hij glimt van trots en kan zich niet meer  inhouden om zelf de bal voor het doel te leggen. 'Hij stelde een voorwaarde, onder welke voorwaarde wilde hij je wel les geven?'

Mirta lacht toegeeflijk. 'Raul Bravo had me in het Cultureel Centrum waar we al salons hielden ook met Lalo zien dansen, niet echt de tango,  maar hij zag er iets in wat ik alleen met hem had, een bepaalde chemie. We waren ook wel een stel natuurlijk.'
'Ja, en dat was dus zijn voorwaarde,' tikt Lalo tevreden de bal binnen. 'Ik wil je wel  leren hoe je les moet geven, maar alleen als je met Lalo komt dansen.'
'Alleen als ik met hem kwam dansen,' bevestigt Mirta. 'En zo hebben we stap voor stap geleerd hoe we de tango ook aan anderen uit konden leggen, hoe we een docentenpaar konden worden. De Tango Argentino, onder die naam begon het langzaam in de mode te komen. We hebben de eerste tangoschool in Nederland opgericht, samen met anderen. Die samenwerking is uiteindelijk mislukt, er waren teveel verschillen van inzicht, we zijn allemaal onze eigen weg gegaan en in 1991 hebben Lalo en ik onze eigen school gesticht, de Academia de Tango. De rest is geschiedenis.'
'Dat is veel te bescheiden!' roept Lalo uit. 'Mirta, jij bent echt dé autoriteit op het gebied van de tango in Nederland! Dat was je, dat ben je en dat blijf je, hoe hard anderen ook geprobeerd hebben om met de eer te gaan strijken!'
 

Het gesprek gaat verder over de details van de verschillende vetes die in tangoland tot op de dag van vandaag worden uitgevochten. Voor Melanie en mij is het of we naar het verslag van een wedstrijd kijken waarvan we de spelregels niet kennen, geen idee eigenlijk wie hier nu wint of verliest. Het gaat toch vooral om het plezier van het dansen zou je zeggen, om het beleven van de tango in al zijn verschijningsvormen, van klassiek tot modern, van stijlvol tot volks?

 

'Zo moet het bij ons in de Academia ook zijn, zo willen we het hier inderdaad graag zien,' stemmen ze met ons in. 'De tango is een volksdans, sociaal, iedereen is welkom, of je nu groot of klein bent, dik of dun. Mensen met wat meer talent krijgen wel extra aandacht, zo is het ook, maar het algehele gevoel dat we hier op willen roepen is dat iedereen bij ons kan leren tangodansen.'
 

De tijd in dit huis vol herinneringen is omgevlogen en nog lang niet alles is gezegd. Over Lalo's schilderijen bijvoorbeeld hebben we het nog helemaal niet gehad. Schilderijen waarin het lied van Buenos Aires in het hart van Amsterdam wordt gezongen, tot de verbeelding sprekende beelden die de geschiedenis van de tango vertellen. We spreken af daar nog eens op terug te komen, in een volgend gesprek.
 

Tevreden en met een hoofd vol verhalen nemen we afscheid. Lalo zal straks ook weer naar zijn eigen huis gaan. Als de wind niet gedraaid is heeft hij die dan mee, denk ik terwijl Mirta ons uitlaat.
 

© Gerrit Hoogstraaten, februari 2016.